Antwerpse tuinen uit de baroktijd

Peter Paul Rubens, Christoffel Plantijn en de familie Moretus, burgemeester Nicolaas Rockox: het zijn hoofdrolspelers in het verhaal van het barokke Antwerpen. Alle drie hadden hun huizen al in hun tijd prachtige tuinen. En wonder boven wonder: die tuinen zijn er nog altijd! Het zijn heerlijke oases van rust, pal in het Antwerpse stadscentrum.

Exotische rust en inspiratie

Wat zochten Rubens, de Moretussen en Rockox in hun stadstuinen? Voor humanisten en voor welgestelde mensen uit de 17de eeuw was een tuin bij hun stadswoning een plek waar ze tot rust en op adem kwamen. Ze filosofeerden er en mediteerden over het leven. Dat idee haalden ze bij de Grieken en Romeinen in de oudheid: de tuin als voedsel voor de geest, als plek om te ontspannen, als oord om met elkaar te converseren.

Maar een tuin was ook meer. Welgestelde burgers zoals Rubens en Rockox pronkten er graag met hun bijzondere, vaak exotische en dure planten. In veel gevallen kwamen die uit Zuid-Europa, maar ook uit Azië en Amerika.

De tuin van Antwerpens Grootste Burger

Als je in het Rubenshuis binnenkomt, zie je eerst een binnenplaats met een portiek, en daarachter de tuin. Bij de hoofdpoort kun je zelfs tot achter in de tuin kijken. Die vormt dus duidelijk één geheel met het huis en atelier. Dat was ook de bedoeling.

De huidige tuin is een reconstructie van de tuin uit Rubens’ tijd. Hoe die er precies uitzag, weten we niet meer, maar gelukkig schilderde Rubens zelf een deel van zijn tuin in het werk Wandeling in de tuin (München, Alte Pinakothek). We kennen uit zijn tijd ook boeken over planten, groenten enz. die het over tuinen hebben. Al die informatie was nuttig bij de recente reconstructie.

We weten ook bijna zeker dat Rubens in zijn tuin exotische planten had: zonnebloemen, sinaasappel- en vijgenbomen, en ook gewassen uit de Nieuwe Wereld, zoals aardappelen.

Rubens schrijft over zijn tuin

In een briefje tegen het eind van zijn leven schrijft Rubens heel even over zijn tuin. Het kattenbelletje uit 1638 is gericht aan de 21-jarige Lucas Fayd’herbe, een jonge beeldhouwer die op dat moment een leerling en vriend van Rubens is. Als Rubens zijn briefje schrijft, verblijft hijzelf in zijn buitenverblijf het Steen in Zemst bij Mechelen: “Herinner Willem, de hovenier, eraan dat hij ons te zijner tijd de rosile-peerkens en de vijgen opstuurt als er zijn, of iets anders treffelijks uit de tuin. Kom zo snel als je kunt naar hier, zodat het huis afgesloten kan worden.”

De tuin van de wereldbefaamde uitgever

De binnenplaats van wat nu het Museum Plantin-Moretus is, was al in de 17de eeuw een toeristische attractie! Ook koningen, prinsen en andere prominenten brachten er graag een bezoek aan. Wat wij nu zien, zag er in 1639 al ongeveer zo uit, maar is in 1992 heraangelegd door specialist Walter De Backer. Onder ons gezegd en gezwegen: dit is geen barokke tuin. De gebouwen en de binnenplaats ademen volop de renaissance. Barokman Balthasar I Moretus, die de tuin liet aanleggen, koos voor die stijl en sfeer.

Er is nog iets bijzonders aan de Plantin-tuin: een aantal plantensoorten heeft de stichter van het huis, Christoffel Plantijn, al gekend in zijn privétuin in Berchem. Geen wonder: hij was een vriend en ook uitgever van de grootste plantkundigen van zijn tijd, zoals Rembert Dodoens, Carolus Clusius en Mathias Lobelius.

De tuin van de burgemeester

Ook Antwerps burgemeester Nicolaas Rockox had een kleine stadstuin in wat nu het Snijders&Rockoxhuis is. Hoe dat eruitzag, weten we niet. Wat je nu ziet en ervaart, is een evocatie van wat het ongeveer geweest is.

Als Rockox sterft, vermeldt de notaris alleen dat er in de kelder sinaasappel- en laurierboompjes staan te overwinteren. Dat is veelzeggend: Rockox bezat nogal wat bijzondere planten en vond dat ook belangrijk. We weten bijvoorbeeld uit zijn brieven dat hij planten toegestuurd kreeg uit de Provence: een oleander, agave, fluweelboompje, wijntak… De citrusboompjes kwamen dan weer uit Spanje en Sicilië. Duurdere planten kon je je in de 17de eeuw nauwelijks voorstellen. Rockox’ belangstelling voor planten blijkt ook uit zijn bibliotheek. Die bevatte ook de grote werken van zijn tijd over het aanleggen van stadstuinen en over plantkunde: Dodoens, Clusius…

Tuinen op papier

Over hoe je een tuin moest aanleggen en ook welke planten erin thuishoorden, verschenen in de 16de en 17de eeuw belangrijke boekwerken. Mensen als Rubens en Rockox kenden die toen ze hun tuin ontwierpen. Hans Vredeman de Vries (1527-1609) is nu minder bekend, maar was in zijn tijd een zeer invloedrijk man, die ook tuinontwerpen maakte. In 1583 schreef en tekende hij een boek over tuinarchitectuur dat grote indruk maakte, ook nog in de 17de eeuw. Italiaanse facetten van tuinen worden er gecombineerd met eigen Nederlandse en Vlaamse elementen.

Olivier de Serres was een Franse tuin- en bodemkundige. Zijn Théâtre d’Agriculture verscheen in 1600 en was in de 17de eeuw een standaardwerk. Het stond bij Nicolaas Rockox op de boekenplank.

Planten op papier

Mechelaar Rembert Dodoens is de lijfarts van niemand minder dan de keizers Maximiliaan en Rudolf II in Praag. De dokter schrijft geneeskundige werken, maar wij kennen hem het best als plantkundige. Dat komt onder meer door zijn Cruydtboeck uit 1554, dat nog lang daarna veel invloed heeft en waarvan er bij de drukkerij-uitgeverij van Christoffel Plantijn drukken zullen verschijnen. Dat een arts een plantenboek schrijft is geen toeval: planten zijn de geneesmiddelen van Dodoens’ tijd. Maar hij heeft het ook over niet-geneeskrachtige soorten.

Een andere dokter-plantkundige is de Rijselaar Mathias Lobelius (1538-1616). Hij schrijft onder meer: “Hoewel het klimaat in Vlaanderen minder geschikt is om tal van planten te kweken, is de zorg van de bewoners zo groot, dat er nergens ter wereld een plant gevonden kan worden die hier niet wordt geteeld.”

Besloten tuin

Ze zijn letterlijk besloten (en afgesloten), maar we vermelden ze hier voor de volledigheid toch. In Antwerpen zijn er nog enkele kloosters die in de barokke 17de eeuw zijn aangelegd, zoals het Karmelietessenklooster (Rosier 22). Daarvan werd in 1615 de eerste steen gelegd. Wie ‘klooster’ zegt, zegt ook: kloostertuin, want die hoorde er altijd bij. Via het poortgebouw bereik je in het karmelietessenklooster eerst een kleine binnentuin. Aan de zuidkant sluit die aan bij een grotere kloostertuin.

Weg van ‘t stad

In Antwerpens Gouden Eeuw en ook daarna nog – bijvoorbeeld in de baroktijd – boerden een flink aantal kooplui zeer goed. Zij – en ook de rijke adel – ontvluchten in de mooie maanden graag de drukte van de stad. Daartoe kochten ze in de wijde omgeving van Antwerpen en in een bosrijke buurt buitenverblijven, of ze lieten die optrekken. Uiteraard werden die huysen van plaisantie, zoals ze werden genoemd, rijkelijk omgeven door groen. Niemand minder dan Rubens kocht in 1635 een kasteeltje een eind van Antwerpen (Zemst, bij Mechelen).

Veel van de huidige bekende parken in de omgeving van Antwerpen zijn toen tot stand gekomen, of kregen een nieuwe look. Ze evolueerden in de 18de, 19de en 20ste eeuw tot wat ze nu vaak zijn: openbare domeinen met nog altijd overvloedig veel groen. Je vindt ze in de rand van de stad – het Middelheimpark, het Boekenbergpark, Rivierenhof enz. – maar ook verder van de stad, bijvoorbeeld in de Voorkempen ten oosten van Antwerpen, met Provinciaal Domein Vrieselhof (Ranst), Domein Vordenstein (Schoten), en ook elders in de provincie Antwerpen (Kasteeldomein d’Ursel in Bornem).

Visit Antwerpen

Contact





Book now

Opening Days

Special opening days

Special closing days

Individual visitors

Price per person:

Reduction rates

Card holders

City Card: .

Groups

Prices

Schools

Prices

Anderen bekeken ook

[object Object]